Inmiddels hebben alle gasten de camping verlaten en verblijven wij in de recreatieruimte totdat onze kleinzoon geboren is.
De uitgerekende datum: 11 oktober.
Wij konden twee weken na zijn geboorte vertrekken.
De recreatieruimte — alle gasten kennen die ruimte — maar voor diegenen die niet weten hoe dat eruitziet: het is ingericht als huiskamer en er is een keuken.
Wij hebben het enigszins aangepast door een roomdivider neer te zetten, en daarachter ons bed.
Het is prima vertoeven zo.
Het enige wat er ontbreekt, is het toilet en de douche. Daarvoor moeten we het veld oversteken — wat op zich niet zo’n probleem lijkt, maar wel wanneer je iets ouder bent en vaker moet plassen, dus ook ’s nachts.
In het pikkedonker, met m’n lampje aan op m’n telefoon, in mijn pyjama door de zeikende regen met m’n blote voeten in m’n klompen door het natte gras.
Bbrrrr, dat is niet fijn! En dan langs de boom waar de touwen in hangen waar de schommelstoelen aan hingen — laat je verbeelding maar spreken.
Bij de wc aangekomen wacht er een steenkoude bril en een vloer vol naar binnen gewaaide bladeren. Zalig, dit buitenleven… maar niet heus.
Overdag was het prima. We hadden nog wel het een en ander te doen: de caravan weer inruimen als een soort verhuiswagen, en ook de camping moest opgeruimd en netjes achtergelaten worden.
John heeft een huifje gemaakt (heel vakkundig) voor op de achterbak van de RAM, zodat we daar ook meer in konden vervoeren.
En zo vulden we onze dagen, al wachtend op onze kleinzoon.
11 oktober ging voorbij… en ook 12, 13 en 14 oktober.
Op 15 oktober hadden we een afspraak met een aantal vriendinnen van ons — de theetantes.
Voor sommigen een bekende uitdrukking waar ook gezichten bij horen.
Een traditie die al 28 jaar duurt, waarin we samenkomen om de zoveel weken (in het verleden bij ons thuis) om te highteaën.
Waar ook geregeld een wijntje of biertje aan te pas kwam.
Ook 15 oktober stond in het teken van afscheid, maar er werden beloftes gedaan: de tantes komen op zeker naar Spanje en ook zij zijn van harte welkom. We gaan ze met liefde ontvangen.
Op het moment dat we aan een wijntje zitten — oh ja, ik vergeet erbij te vertellen dat de afspraak in ’s-Gravenzande was — ging mijn telefoon en hoorde ik een stemmetje:
“Oma, mag ik bij jou logeren?”
“Natuurlijk, schat, jij mag altijd komen logeren.”
Onze zoon nam het gesprek over: “Er is nog niets aan de hand, maar ze wil graag bij jullie slapen. Is het goed dat ik haar zo kom brengen? Jullie zijn toch in de buurt?”
“Ja, dat klopt, we zitten in De Witte.”
Alle tantes direct in staat van opwinding — “Jaja, niets aan de hand, let maar op!”
Uiteindelijk gingen we terug naar de camping met onze kleindochter en logeerkoffer achter in de auto.
De volgende ochtend, op weg naar de wc (gelukkig was het droog), stuurde onze zoon een berichtje: die nacht waren de weeën begonnen.
Had die kleine meid het dus goed aangevoeld dat er iets te gebeuren stond!
Die middag mochten we weer richting het Westland om onze kleinzoon te bewonderen.
Zoals eerder vermeld: zijn zus was direct z’n grootste fan.
En wij zijn nu vol trots opa en oma van een kleindochter én een kleinzoon.
De twee daaropvolgende weken hebben we zoveel mogelijk bezoekjes gebracht en genoten van het prachtige, warme, liefdevolle gezin dat zij zijn.
Onze kinderen en kleinkinderen hebben het getroffen met elkaar, zegt een supertrotse oma.
Maar de dag van vertrek, 1 november, is gekomen…
Daarover binnenkort meer.
Alles inladen onder mijn zelf gemaakte huif