Het zeikregent. Eindelijk zijn we onderweg naar ons nieuwe onderkomen.
We doen rustig aan; we kunnen en mogen ook niet harder dan 80 met een combinatie van meer dan 14 meter. Langzaam tuffen we de grens over en nog een grens. Eindeloos veel snelweg, sombere luchten en het komt met bakken uit de lucht. Wanneer je nog niet depressief was, word je dat nu wel.
In de auto is het droog en lekker warm, en ook de stoelverwarming helpt hieraan mee. Op weg met een koude kont is uit den boze.
Om de innerlijke mens te stillen hebben we thee, water, broodjes en drop mee.
De planning is rijden tot voorbij Dijon, onderweg even een sanitaire stop en dan weer door. En ook de regen gaat door: grijze luchten, nat, buiten koud — als dat maar goed komt.
Zonder caravan gaat het toch een stuk sneller, maar het lijkt geen einde te hebben.
Rond zes uur, voorbij Anse aan de A6, stoppen we op een grote parkeerplaats. Er is een McDonald’s; laten we daar dan maar iets eten en dan naar bed.
Het regent nog steeds.
Snel een hamburger naar binnen en dan terug naar de caravan, waar we over de spullen moeten klimmen om bij ons bed te komen. Daar wacht ons een verrassing: boven John z’n bed is het nat, en in John z’n bed ook.
Neeeee, serieus?! Wat nu?
Het is aan de rand van z’n bed, en we hebben ons hele hebben en houwen bij ons, dus ook droge en schone lakens. Bed verschonen en zoveel mogelijk proberen het lek te dichten met handdoeken. Wat een armoede — en het regent en regent en regent maar door.
Tussen de vrachtwagens op een donkere parkeerplaats in Frankrijk vallen we toch in slaap.
Tik, tik, tik… plons.
Huh? John schrikt wakker en ik ook. Dikke druppels vallen op zijn hoofd.
Nee joh, echt waar? En we dachten alles goed geregeld te hebben voordat we weggingen.
Niets is minder waar. Wat een klotezooi.
Dan maar opstaan, wassen met een natte washand, aankleden en weer verder. Nieuwe handdoeken om het lek te dichten (de andere waren inmiddels verzadigd). De natte troep maar even in een vuilniszak — dat zien we later wel.
Broodjes smeren, water koken en in de thermoskan voor de thee, en we kunnen weer gaan.
En… je raadt het al: het regent nog steeds.
Het is half vijf. We rijden in het donker in de regen op de Franse snelweg, waar de witte lijnen amper te zien zijn.
Rond half acht wordt het licht — die drie uur hebben nog nooit zo lang geduurd.
Eindelijk wordt het licht… maar het regent nog steeds.
Nu maar even stoppen. Even eruit voor een bakkie koffie en een cola.
Eindelijk vertrokken.