Is het alweer een jaar geleden dat we bij mijn vader, de grote liefde van mijn moeder, de opa van mijn kinderen, overgrootvader van mijn kleinkinderen, waren om hem bij te staan bij zijn overlijden?
18 augustus 2025 moesten wij afscheid nemen van hem. Hij mocht niet ouder worden dan 77 jaar.
Op dat moment, op die 18 augustus, leek het het onvermijdelijke waar we op de achtergrond al rekening mee hielden. Mijn vaders gezondheid was fragiel. Ook de diagnose lymfeklierkanker deed daar niet goed aan.
Nu, een jaar later, doet het op een of andere manier meer met me dan toen, of dan verwacht.
Doordat die gevoelens me overvallen, zet het me aan het denken.
Ik kan niet echt spreken van “pijn”.
Missen?
Het onomkeerbare, voor altijd nooit meer, dat doet pijn!
Dus toch pijn!
En het missen dan? Zoals jullie weten zijn we naar Spanje verhuisd.
Wat had ik hem graag ons huis willen laten zien.
Wat was hij trots geweest en wat had ik graag die reactie op zijn gezicht willen zien.
Ik had hem graag rondgeleid door het huis en hem zien zitten voor ons huis in de zon.
Hem meegenomen naar het dorp voor een biertje op het terras.
Het onvermijdelijke kwam eerder dan verwacht.
Die melancholische gedachten brengen nog meer herinneringen boven.
Dat zijn ook niet altijd blije gedachten, ieder huisje heeft zijn kruisje, toch?
Mijn ouders waren heel jong toen ik in hun leven kwam.
Mijn vader was 19 jaar. Op die leeftijd moest ik er nog niet aan denken om kinderen te krijgen.
Hij was ook zeker niet de makkelijkste vader, dit alles vanuit mijn perspectief geschreven.
Ik durfde niet echt met een slecht rapport thuis te komen, hij kon dan behoorlijk boos zijn.
Zo ervoer ik dat, maar misschien was hij meer teleurgesteld.
Er is een periode in mijn leven geweest dat ik het fijn vond wanneer hij niet thuis was.
Vriendinnetjes mochten dan wel bij ons binnenkomen spelen, er werd niet zomaar nee op een vraag gezegd en “omdat ik dat zeg”, zonder een reden, maar omdat dat makkelijker was. Let wel, het was toen een andere tijd.
Wanneer je gevallen was: kus erop en door.
In die periode heb ik me vaak alleen, onbegrepen en niet gezien gevoeld.
Wij, mijn vader en ik, begrepen elkaar niet en dat maakte het communiceren heel moeilijk, waardoor je verder uit elkaar groeit. Dat deed pijn!
Ik kan me nog herinneren dat ik op tv de ondervoede kinderen zag en daar later wilde gaan helpen. Ik ging “de wereld” verbeteren. Mijn vader keek daar heel anders naar.
In mijn ogen was zijn “onbegrip” zo niet goed.
Je beseft op die leeftijd nog niet hoeveel invloed dat onbegrip voor elkaar heeft op later.
We zijn het contact gelukkig nooit verloren.
Nu, na zijn overlijden, denk ik vaak terug aan die periode.
Niet zozeer aan hoe hij toen zo kon reageren, maar wel aan hoe hij deze periode beleefd moet hebben en waarom hij zo reageerde.
Ik herinner me ook een periode dat hij, wanneer hij waarschijnlijk moe uit zijn werk kwam, eerst aan het stoeien ging met mij en mijn zusje. Ik herinner me dat we op de fiets, ik bij hem achterop, naar de dierentuin of de Efteling (toen nog enigszins betaalbaar) gingen, in de zomer naar het strand of naar de Drie Molens met mijn opa en oma, vissen en picknicken.
We gingen op vakantie naar Lage Mierde in Brabant.
Wanneer ik terugkijk op de periode van toen naar nu, hebben we elkaar af en toe behoorlijk bezeerd.
En wanneer ik hierover nadenk, komt dat vooral omdat we toen onze kwetsbaarheid niet aan elkaar durfden te tonen.
Mijn vader heeft ook geen makkelijke jeugd gehad.
Mijn opa is mishandeld door Duitsers, dat heeft zowel lichamelijk als mentaal zijn weerslag gehad op zijn leven.
Ik zeg dan altijd: mijn vader was de tweede generatie oorlogsslachtoffer.
Hierdoor heeft mijn vader een harnas aangetrokken en met z'n gedrag en houding iedereen en alles op afstand gehouden.
Angst, zijn gedrag werd gevoed door angst.
Angst om zowel mentaal als fysiek pijn gedaan te worden.
Angst om ons.
Angst is er om je te waarschuwen voor een onduidelijke situatie, niet om je onbedoeld achter te verschuilen en je leven erdoor te laten bepalen.
Nadat hij een aantal jaar samen met mijn moeder voor ons werkte in onze drukkerij, waren we al nader tot elkaar gekomen.
Zij waren voor ons echt een toegevoegde waarde en we hebben daar ook plezier, lief en leed gedeeld.
De echte ommekeer kwam toen hij werd aangevallen en mishandeld en met de dood bedreigd op zijn werk door een tbs'er, die een dagje met verlof mocht.
Daarna was mijn vader een tijdje zichzelf niet en is hij ook nooit meer zichzelf geworden, of juist wel zichzelf zonder harnas.
De laatste jaren van zijn leven heeft hij zich durven uiten en blootgeven.
Zeker nadat hij een openhartoperatie had moeten ondergaan, nadat hij jaren daarvoor getroffen was door een herseninfarct en daardoor moeilijk kon lopen.
Ondanks dat het voor mijn moeder de moeilijkste tijd in hun relatie was, heeft zij alle zorg op zich genomen. Veel respect daarvoor, mam.
Mijn vader durfde eindelijk zichzelf bloot te geven.
Hij durfde zijn angsten te benoemen.
Hij durfde te zeggen dat hij van ons houdt.
Hij durfde te zeggen dat hij bang was om ons.
Hij durfde te zeggen dat hij niet alles in z'n leven goed had gedaan (wie wel).
Wat moet dat toch een bevrijding voor hem zijn geweest.
Maar ook voor ons, het geeft ons de ruimte om ook van hem te houden.
De afgelopen jaren hebben we samen kunnen genieten, de vakanties in de caravan op de camping, in Spanje.
Zo gezellig en zoveel plezier.
Ik oma geworden, hij “oude” opa, die niet naar binnen mocht met z'n rollator van onze kleindochter: “Fietsen doen we buiten, opa.”
De fijne gesprekken, maar nog zoveel te vertellen.
Papa, ik kan niet zeggen: ik lijk steeds meer op jou, maar ik begrijp je steeds meer.
Ik hou van jou.
Rust zacht.
PS. Het volgende hoofdstuk ga ik vertellen over de feesten hier.
Feesten kon mijn vader ook!