9 maanden wonen we alweer in Fuente Grande, het is bijna zoals een kindje krijgen.
Natuurlijk is bijna alles in het begin geweldig en mooi!
En geloof me, dat is het nog steeds, maar je leest het goed, er is een maar...
Maar langzamerhand wordt alles “gewoon”. Nog elke dag genieten we van de uitzichten om ons heen, nog iedere dag verwonderen we ons over de ruimte, de bergen en dat wij hier mogen wonen. Maar ons huis voelt nu echt als ons huis, ons land voelt nu echt als ons land en het dorp voelt nu echt als ons dorp. Die gevoelens groeien, gelijk aan het idee van toen, dat je straks ineens een gezin bent.
Het idee van een gezin zijn, is voor veel mensen een droom. Natuurlijk houd je van je partner en je kinderen en je zou ze voor niets ter wereld willen ruilen, maar het heeft ook een keerzijde. Denk aan de zwemlessen, ouderavonden en de weinige uren die je voor jezelf hebt.
Dit geldt ook voor ons leven hier, alles heeft een keerzijde.
De manier van leven zoals de Spanjaarden doen, siësta houden (warm eten en een beetje dutten in de middag) omdat het echt te warm is om buiten te zijn of iets te doen, is heel erg wennen. ’s Middags eten zijn we inmiddels wel gewend, maar dat binnenblijven is wel een dingetje. Geloof me, je hebt geen keus. Door de warmte, soms 45 graden in de schaduw, word je gedwongen binnen te blijven. Gelukkig is dit maar 2 maanden per jaar.
Geduld is ook zo’n ding, mañana!!
Ook daar gaan we nu heel anders mee om dan in het begin.
Hier, ook in de supermarkt, gaan ze gerust 10 minuten lang staan kletsen bij de kassa, even vertellen hoe het met de familie gaat of dat ze bij de dokter zijn geweest en iedereen kan het horen en meebeleven. En jij staat daar, zeker in het begin, iets minder vrolijk, keurig achter te wachten. Wanneer je iets laat blijken van ongeduld, dan lijkt het erop dat ze je gewoon expres nog iets langer laten wachten. Ook hier heb je geen keus, je moet gewoon geduld hebben.
Over geduld gesproken,
De Spanjaarden, in ieder geval de overheid en gemeente-instellingen, zijn gek op papieren.
Overal waar je je moet inschrijven, bij de gemeente of om ingezetene te worden, overal moet je kopieën inleveren van de padrón (je inschrijving in de gemeente), je paspoort, je trouwboekje, je bewijs dat je uitgeschreven bent in Nederland, nog weer Spaanse formulieren invullen en daar weer kopieën van. We hebben van al deze formulieren en nog meer wel tientallen kopieën gemaakt en we hebben ze nu keurig in een map zitten, dus wanneer nodig pakken we de map erbij.
Gelukkig kregen we af en toe hulp van Nederlanders die hier al een tijdje wonen. Een goed voorbeeld is toen we naar Almería moesten om ingezetene te worden in Spanje.
Almería is anderhalf uur rijden van hier, dichterbij inschrijven is niet mogelijk.
Zorg ervoor dat je alle formulieren in viervoud bij je hebt, was het advies.
Heb je dat niet, dan kan je een nieuwe afspraak maken, en het kan 2 maanden duren voordat je überhaupt een afspraak hebt.
Gelukkig hadden wij een lieve dame die ons kon adviseren en met ons meeging (wel tegen betaling) om ons te helpen en voor ons te vertalen.
Het was binnen een uurtje allemaal geregeld en konden we weer op de anderhalf uur durende terugweg.
Wat onszelf betreft was alles geregeld om in Spanje te mogen wonen en werken.
We wonen in Spanje, maar behouden wel ons Nederlandse paspoort.
We zijn ingezetene, hebben een autónomo (eigen bedrijf) en zijn verzekerd voor ziektekosten.
Nu de auto nog importeren.
Inmiddels waren we deze procedure al begonnen. De lieve dame vertelde ons dat zij ook eens had geholpen een Dodge Ram te importeren, maar dat dat zoveel gedoe met zich meebracht dat zij ervan afzag.
Dit omdat het een Amerikaanse auto is.
Dat hebben wij weer, zou John zeggen.
Maar we zijn doorzetters.
In februari hebben we de eerste mailtjes naar onze gestor (boekhouder) gestuurd, afspraken gemaakt, de situatie besproken.
Een dealer van vrachtwagens en Ram gevonden in Lorca die ons hierin kon assisteren.
Er moesten homologatiepapieren getoond worden, deze hebben we. De auto is via Duitsland geïmporteerd en daar gekeurd en goed bevonden om in Europa rond te mogen rijden.
Spanje neemt daar geen genoegen mee en wil zelf homologeren, wat ons weer veel geld gaat kosten, maar we hebben geen keus.
Na weken wachten is daar de Spaanse homologatie.
Nu naar de ITV, Spaanse keuring, zoals we dat ook in Nederland kennen.
Ook die keuring is goed, krijgen we mooie blauwe formulieren van.
Nu met al deze papieren naar de gestor, hij moet kentekenplaten aanvragen voor ons.
(We zijn inmiddels maanden verder en je mag maar een half jaar per kalenderjaar in Spanje met Nederlandse kentekenplaten rijden.)
Natuurlijk klopt het niet, we missen nog een formulier, het exportbewijs vanuit Nederland.
Daar waar de gestor zei dat dit niet per se nodig was, niets is minder waar.
De taalbarrière blijft lastig!
Via een import-/exportbedrijf in Nederland hebben we kunnen regelen dat we een exportbewijs kregen.
Weer een hoop gedoe. Zij stuurden ons per expres witte kentekenplaten (exportplaten), zodat we hier nog 2 weken verzekerd konden blijven rijden met de auto. Wij hebben met spoed de Nederlandse gele platen naar hen gestuurd, zodat zij naar de RDW konden voor een exportbewijs. Dat liep gelukkig zoals afgesproken en was snel geregeld.
Maar nu we het exportbewijs hadden verkregen, moesten we maar afwachten of de gestor het voor elkaar kreeg om binnen die 2 weken een Spaans kenteken te regelen.
Het is ook hier in Spanje vakantieperiode en dat vertraagt alles nog meer.
Ik hoop dat jullie het nog een beetje kunnen volgen, want wij vonden het ook al niet meer te volgen.
Om jullie niet lang te laten wachten: het is gelukt. Eindelijk!!
Jullie moeten wel weten dat:
We nog steeds genieten van Spanje en de Spanjaarden.
Inmiddels hebben we al een paar spectaculaire Spaanse dorpsfeesten achter de rug.
Iets waar de Spanjaarden goed in zijn, ondanks de bureaucratie, is van het leven een feestje maken. En wanneer ze dan een feestje organiseren, is het ook een FEEST!
Maar daarover de volgende keer meer.